TSK

TSK · Job 31:1

Treasury of Scripture Knowledge references in Stve.

Terug naar de passage

Dat Gods zonen de dochteren der mensen aanzagen, dat zij schoon waren, en zij namen zich vrouwen uit allen, die zij verkozen hadden.

Wend mijn ogen af, dat zij geen ijdelheid zien; maak mij levend door Uw wegen.

Begeer haar schoonheid niet in uw hart, en laat ze u niet vangen met haar oogleden.

Maar Ik zeg u, dat zo wie een vrouw aan ziet, om dezelve te begeren, die heeft alrede overspel in zijn hart met haar gedaan.

Want al wat in de wereld is, namelijk de begeerlijkheid des vleses, en de begeerlijkheid der ogen, en de grootsheid des levens, is niet uit den Vader, maar is uit de wereld.