Maar ik zal tot den Almachtige spreken, en ben belust mij te verdedigen voor God.
TSK
TSK · Job 31:35
Treasury of Scripture Knowledge references in Stve.
Doe Uw hand verre van op mij, en Uw verschrikking make mij niet verbaasd.
Waarom verbergt Gij Uw aangezicht, en houdt mij voor Uw vijand?
Ziet, ik roep, geweld! doch word niet verhoord; ik schreeuw, doch er is geen recht.
Och, of nu mijn woorden toch opgeschreven wierden. Och, of zij in een boek ook wierden ingetekend!
Mijn vijand zij als de goddeloze, en die zich tegen mij opmaakt, als de verkeerde.
Zie, ik ben Godes, gelijk gij; uit het leem ben ik ook afgesneden.
Dat gij ook gezegd hebt: Gij zult Hem niet aanschouwen; er is nochtans gericht voor Zijn aangezicht, wacht gij dan op Hem.
Hebt gij een arm gelijk God? En kunt gij, gelijk Hij, met de stem donderen?
Weest haastelijk welgezind jegens uw wederpartij, terwijl gij nog met hem op den weg zijt; opdat de wederpartij niet misschien u den rechter overlevere, en de rechter u den dienaar overlevere, en gij in de gevangenis geworpen wordt.