TSK

TSK · Jozua 22:30

Treasury of Scripture Knowledge references in Stve.

Terug naar de passage

Het antwoord nu was goed in de ogen van de kinderen Israels, en de kinderen Israels loofden God, en zeiden niet meer van tegen hen op te trekken met een heir, om het land te verderven, waarin de kinderen van Ruben en de kinderen van Gad woonden.

Toen zeide David tot Abigail: Gezegend zij de HEERE, de God Israels, Die u te dezen dage mij tegemoet gezonden heeft!

En deze zaak was recht in de ogen des konings, en in de ogen der ganse gemeente.

Een zacht antwoord keert de grimmigheid af; maar een smartend woord doet den toorn oprijzen.