Huidig uur
Completen – Twaalfde Uur
Voor het slapen gedenken wij Christus’ begrafenis en de vergankelijkheid van de wereld, en vragen wij om vergeving en bescherming door de nacht.
Inleiding van ieder uur
In de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest
de ene God. Amen.
Heer, ontferm U. Heer, ontferm U. Heer, zegen. Amen.
Eer zij de Vader en de Zoon en de Heilige Geest, nu en altijd en tot in de eeuwen der eeuwen. Amen.
HET ONZE VADER
Gij dan bidt aldus: Onze Vader, Die in de hemelen zijt! Uw Naam worde geheiligd.
Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede, gelijk in den hemel alzo ook op de aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood.
En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren.
En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den boze. Want Uw is het Koninkrijk, en de kracht, en de heerlijkheid, in der eeuwigheid, amen.
Het Gebed van Dankzegging
Laten wij danken de weldadige, barmhartige God, de Vader van onze Heer, onze God en onze Verlosser Jezus Christus; want Hij heeft ons beschut en bijgestaan, Hij heeft ons bewaard, en tot Zich aangenomen en Zich over ons ontfermd en ons ondersteund, en Hij heeft ons tot dit uur gebracht. Laat ons Hem ook vragen dat Hij ons in deze heilige dag en al de dagen van ons leven in alle vrede beware. De Almachtige, de Heer, onze God.
O Heer God, Almachtige, de Vader van onze Heer, onze God en onze Verlosser Jezus Christus, wij danken U te allen tijde, om alles en in alles; want Gij hebt ons beschut, en Gij hebt ons geholpen, en Gij hebt ons bewaard, en Gij hebt ons tot U aangenomen, en Gij hebt U over ons ontfermd, en Gij hebt ons ondersteund, en Gij hebt ons tot dit uur gebracht.
Daarom bidden en smeken wij U uit Uw goedheid, o Gij die de mensen liefhebt: schenk ons dat wij deze heilige dag en al de dagen van ons leven in volle vrede met Uw vrees voleinden. Alle nijd, elke verzoeking, elk werk van de duivel en de samenzwering van goddeloze mensen, en het opstaan der zichtbare en onzichtbare vijanden, neem ze van ons weg en van heel Uw volk, en van deze heilige plaats van U. Doch wat goed en nuttig is, schenk het ons. Want Gij zijt Degene die ons de macht gegeven hebt om op slangen en schorpioenen en op alle kracht van de vijand te treden. En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze.
Door de genade, de barmhartigheden en de mensenliefde van Uw eniggeboren Zoon, onze Heer, onze God en onze Verlosser Jezus Christus; door Wie U toekomt de heerlijkheid, de eer, de macht en de aanbidding, met Hem, met de levendmakende Heilige Geest, Die aan U gelijk is, nu en altijd en tot in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Psalm 50
Een psalm van Asaf. De God der goden, de HEERE spreekt, en roept de aarde, van den opgang der zon tot aan haar ondergang.
Uit Sion, de volkomenheid der schoonheid, verschijnt God blinkende.
Onze God zal komen en zal niet zwijgen; een vuur voor Zijn aangezicht zal verteren, en rondom Hem zal het zeer stormen.
Hij zal roepen tot den hemel van boven, en tot de aarde, om Zijn volk te richten.
Verzamelt Mij Mijn gunstgenoten, die Mijn verbond maken met offerande!
En de hemelen verkondigen Zijn gerechtigheid; want God Zelf is Rechter. Sela.
Hoort, Mijn volk! en Ik zal spreken; Israel! en Ik zal onder u betuigen; Ik, God, ben uw God.
Om uw offeranden zal Ik u niet straffen, want uw brandofferen zijn steeds voor Mij.
Ik zal uit uw huis geen var nemen, noch bokken uit uw kooien;
Want al het gedierte des wouds is Mijn, de beesten op duizend bergen.
Ik ken al het gevogelte der bergen, en het wild des velds is bij Mij.
Zo Mij hongerde, Ik zou het u niet zeggen; want Mijn is de wereld en haar volheid.
Zou Ik stierenvlees eten, of bokkenbloed drinken?
Offert Gode dank, en betaalt den Allerhoogste uw geloften.
En roept Mij aan in den dag der benauwdheid; Ik zal er u uithelpen, en gij zult Mij eren.
Maar tot den goddeloze zegt God: Wat hebt gij Mijn inzettingen te vertellen, en neemt Mijn verbond in uw mond?
Dewijl gij de kastijding haat, en Mijn woorden achter u henenwerpt.
Indien gij een dief ziet, zo loopt gij met hem; en uw deel is met de overspelers.
Uw mond slaat gij in het kwade, en uw tong koppelt bedrog.
Gij zit, gij spreekt tegen uw broeder; tegen den zoon uwer moeder geeft gij lastering uit.
Deze dingen doet gij, en Ik zwijg; gij meent, dat Ik te enenmale ben, gelijk gij; Ik zal u straffen, en zal het ordentelijk voor uw ogen stellen.
Verstaat dit toch, gij godvergetenden! opdat Ik niet verscheure en niemand redde.
Wie dankoffert, die zal Mij eren; en wie zijn weg wel aanstelt, dien zal Ik Gods heil doen zien.
Begin van het gebed
Lofzang van het Gebed vóór de Slaap van deze gezegende dag bied ik aan Christus, mijn Koning en mijn God, en ik vraag Hem mij mijn zonden te vergeven.
Psalm 129
Een lied Hammaaloth. Zij hebben mij dikwijls benauwd van mijn jeugd af, zegge nu Israel;
Zij hebben mij dikwijls van mijn jeugd af benauwd; evenwel hebben zij mij niet overmocht.
Ploegers hebben op mijn rug geploegd; zij hebben hun voren lang getogen.
De HEERE, Die rechtvaardig is, heeft de touwen der goddelozen afgehouwen.
Laat hen beschaamd en achterwaarts gedreven worden, allen, die Sion haten.
Laat hen worden als gras op de daken, hetwelk verdort, eer men het uittrekt;
Waarmede de maaier zijn hand niet vult, noch de garvenbinder zijn arm;
En die voorbijgaan, niet zeggen: De zegen des HEEREN zij bij u! Wij zegenen ulieden in den Naam des HEEREN.
Psalm 130
Een lied Hammaaloth. Uit de diepten roep ik tot U, o HEERE!
HEERE! hoor naar mijn stem; laat Uw oren opmerkende zijn op de stem mijner smekingen.
Zo Gij, HEERE! de ongerechtigheden gadeslaat; HEERE! wie zal bestaan?
Maar bij U is vergeving, opdat Gij gevreesd wordt.
Ik verwacht den HEERE; mijn ziel verwacht, en ik hoop op Zijn Woord.
Mijn ziel wacht op den HEERE, meer dan de wachters op den morgen; de wachters op den morgen.
Israel hope op den HEERE; want bij den HEERE is goedertierenheid, en bij Hem is veel verlossing.
En Hij zal Israel verlossen van al zijn ongerechtigheden.
Psalm 131
Een lied Hammaaloth, van David. O HEERE! mijn hart is niet verheven, en mijn ogen zijn niet hoog; ook heb ik niet gewandeld in dingen mij te groot en te wonderlijk.
Zo ik mijn ziel niet heb gezet en stil gehouden, gelijk een gespeend kind bij zijn moeder! Mijn ziel is als een gespeend kind in mij.
Israel hope op den HEERE van nu aan tot in der eeuwigheid.
Psalm 132
Een lied Hammaaloth. O HEERE! gedenk aan David, aan al zijn lijden;
Dat hij den HEERE gezworen heeft, den Machtige Jakobs gelofte gedaan heeft, zeggende:
Zo ik in de tent mijns huizes inga, zo ik op de koets van mijn bed klimme!
Zo ik mijn ogen slaap geve, mijn oogleden sluimering;
Totdat ik voor den HEERE een plaats gevonden zal hebben, woningen voor den Machtige Jakobs!
Ziet, wij hebben van haar gehoord in Efratha; wij hebben haar gevonden in de velden van Jaar.
Wij zullen in Zijn woningen ingaan, wij zullen ons nederbuigen voor de voetbank Zijner voeten.
Sta op, HEERE! tot Uw rust, Gij en de ark Uwer sterkte!
Dat Uw priesters bekleed worden met gerechtigheid, en dat Uw gunstgenoten juichen.
Weer het aangezicht Uws Gezalfden niet af, om Davids, Uws knechts wil.
De HEERE heeft David de waarheid gezworen, waarvan Hij niet wijken zal, zeggende: Van de vrucht uws buiks zal Ik op uw troon zetten.
Indien uw zonen Mijn verbond zullen houden, en Mijn getuigenissen, die Ik hun leren zal; zo zullen ook hun zonen tot in eeuwigheid op uw troon zitten.
Want de HEERE heeft Sion verkoren, Hij heeft het begeerd tot Zijn woonplaats, zeggende:
Dit is Mijn rust tot in eeuwigheid, hier zal Ik wonen, want Ik heb ze begeerd.
Ik zal haar kost rijkelijk zegenen, haar nooddruftigen zal Ik met brood verzadigen.
En haar priesters zal Ik met heil bekleden, en haar gunstgenoten zullen zeer juichen.
Daar zal Ik David een hoorn doen uitspruiten; Ik heb voor Mijn Gezalfde een lamp toegericht.
Ik zal zijn vijanden met schaamte bekleden; maar op hem zal zijn kroon bloeien.
Psalm 133
Een lied Hammaaloth, van David. Ziet, hoe goed en hoe liefelijk is het, dat broeders ook samenwonen.
Het is, gelijk de kostelijke olie op het hoofd, nederdalende op den baard, den baard van Aaron, die nederdaalt tot op den zoom zijner klederen.
Het is gelijk de dauw van Hermon, en die nederdaalt op de bergen van Sion, want de HEERE gebiedt aldaar den zegen en het leven tot in der eeuwigheid.
Psalm 136
Looft den HEERE, want Hij is goed; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid;
Looft den God der goden; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Looft den Heere der heren; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Dien, Die alleen grote wonderen doet; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Dien, die de hemelen met verstand gemaakt heeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Dien, Die de aarde op het water uitgespannen heeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Dien, Die de grote lichten heeft gemaakt; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
De zon tot heerschappij op den dag; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
De maan en sterren tot heerschappij in den nacht; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Dien, Die de Egyptenaren geslagen heeft in hun eerstgeborenen; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
En heeft Israel uit het midden van hen uitgebracht; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Met een sterke hand, en met een uitgestrekte arm; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Dien, Die de Schelfzee in delen deelde; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
En voerde Israel door het midden van dezelve; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Hij heeft Farao met zijn heir gestort in de Schelfzee; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Die Zijn volk door de woestijn geleid heeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Die grote koningen geslagen heeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
En heeft heerlijke koningen gedood; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Sihon, de Amorietischen koning; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
En Og, den koning van Basan; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
En heeft hun land ten erve gegeven; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Ten erve aan Zijn knecht Israel; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Die aan ons gedacht heeft in onze nederigheid; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
En Hij heeft ons onzen tegenpartijders ontrukt; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Die allen vlees spijs geeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Looft den God des hemels; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Psalm 137
Aan de rivieren van Babel, daar zaten wij, ook weenden wij, als wij gedachten aan Sion.
Wij hebben onze harpen gehangen aan de wilgen, die daarin zijn.
Als zij, die ons aldaar gevangen hielden, de woorden eens lieds van ons begeerden, en zij, die ons overhoop geworpen hadden, vreugd, zeggende: Zingt ons een van de liederen Sions;
Wij zeiden: Hoe zouden wij een lied des HEEREN zingen in een vreemd land?
Indien ik u vergeet, o Jeruzalem! zo vergete mijn rechterhand zichzelve!
Mijn tong kleve aan mijn gehemelte, zo ik aan u niet gedenke, zo ik Jeruzalem niet verheffe boven het hoogste mijner blijdschap!
HEERE! gedenk aan de kinderen van Edom, aan den dag van Jeruzalem; die daar zeiden: Ontbloot ze, ontbloot ze, tot haar fondament toe!
O dochter van Babel! die verwoest zult worden, welgelukzalig zal hij zijn, die u uw misdaad vergelden zal, die gij aan ons misdaan hebt.
Welgelukzalig zal hij zijn, die uw kinderkens grijpen, en aan de steenrots verpletteren zal.
Psalm 140
Een psalm van David, voor den opperzangmeester.
Red mij, HEERE! van den kwaden mens; behoed mij voor den man alles gewelds;
Die veel kwaads in het hart denken, allen dag samenkomen om te oorlogen.
Zij scherpen hun tong, als een slang; heet addervergift is onder hun lippen. Sela.
Bewaar mij, HEERE! van de handen des goddelozen; behoed mij van den man alles gewelds; van hen, die mijn voeten denken weg te stoten.
De hovaardigen hebben mij een strik verborgen, en koorden; zij hebben een net uitgespreid aan de zijde des wegs; valstrikken hebben zij mij gezet. Sela.
Ik heb tot den HEERE gezegd: Gij zijt mijn God; neem ter ore, o HEERE! de stem mijner smekingen.
HEERE, Heere, Sterkte mijns heils! Gij hebt mijn hoofd bedekt ten dage der wapening.
Geef, HEERE! de begeerten des goddelozen niet; bevorder zijn kwaad voornemen niet; zij zouden zich verheffen. Sela.
Aangaande het hoofd dergenen, die mij omringen, de overlast hunner lippen overdekke hen.
Vurige kolen moeten op hen geschud worden; Hij doe hen vallen in het vuur, in diepe kuilen, dat zij niet weder opstaan.
Een man van kwade tong zal op de aarde niet bevestigd worden; een boos man des gewelds, dien zal men jagen, totdat hij geheel verdreven is.
Ik weet, dat de HEERE de rechtzaak des ellendigen, en het recht der nooddruftigen zal uitvoeren. [ (Psalms 140:14) Gewisselijk, de rechtvaardigen zullen Uw Naam loven; de oprechten zullen voor Uw aangezicht blijven. ]
Psalm 141
Een psalm van David. HEERE! ik roep U aan, haast U tot mij; neem mijn stem ter ore, als ik tot U roep.
Mijn gebed worde gesteld als reukwerk voor Uw aangezicht, de opheffing mijner handen als het avondoffer.
HEERE! zet een wacht voor mijn mond, behoed de deur mijner lippen.
Neig mijn hart niet tot een kwade zaak, om enigen handel in goddeloosheid te handelen, met mannen, die ongerechtigheid werken; en dat ik niet ete van hun lekkernijen.
De rechtvaardige sla mij, het zal weldadigheid zijn; en hij bestraffe mij, het zal olie des hoofds zijn, het zal mijn hoofd niet breken; want nog zal ook mijn gebed voor hen zijn in hun tegenspoeden.
Hun rechters zijn aan de zijde der steenrots vrijgelaten geweest, en hebben gehoord mijn redenen, dat zij aangenaam waren.
Onze beenderen zijn verstrooid aan den mond des grafs, gelijk of iemand op de aarde iets gekloofd en verdeeld had.
Doch op U zijn mijn ogen, HEERE, Heere! op U betrouw ik, ontbloot mijn ziel niet.
Bewaar mij voor het geweld des striks, dien zij mij gelegd hebben, en voor de valstrikken van de werkers der ongerechtigheid.
Dat de goddelozen elk in zijn garen vallen, te zamen, totdat ik zal zijn voorbijgegaan.
Psalm 145
Een lofzang van David. Aleph. O mijn God, Gij Koning! ik zal U verhogen, en Uw Naam loven in eeuwigheid en altoos.
Beth. Te allen dage zal ik U loven, en Uw Naam prijzen in eeuwigheid en altoos.
Gimel. De HEERE is groot en zeer te prijzen, en Zijn grootheid is ondoorgrondelijk.
Daleth. Geslacht aan geslacht zal Uw werken roemen; en zij zullen Uw mogendheden verkondigen.
He. Ik zal uitspreken de heerlijkheid der eer Uwer majesteit, en Uw wonderlijke daden.
Vau. En zij zullen vermelden de kracht Uwer vreselijke daden; en Uw grootheid, die zal ik vertellen.
Zain. Zij zullen de gedachtenis der grootheid Uwer goedheid overvloediglijk uitstorten, en zij zullen Uw gerechtigheid met gejuich verkondigen.
Cheth. Genadig en barmhartig is de HEERE, lankmoedig en groot van goedertierenheid.
Teth. De HEERE is aan allen goed, en Zijn barmhartigheden zijn over al Zijn werken.
Jod. Al Uw werken, HEERE, zullen U loven, en Uw gunstgenoten zullen U zegenen.
Caph. Zij zullen de heerlijkheid Uws Koninkrijks vermelden, en Uw mogendheid zullen zij uitspreken.
Lamed. Om de mensenkinderen bekend te maken Zijn mogendheden, en de eer der heerlijkheid Zijns Koninkrijks.
Mem. Uw Koninkrijk is een Koninkrijk van alle eeuwen, en Uw heerschappij is in alle geslacht en geslacht.
Samech. De HEERE ondersteunt allen, die vallen, en Hij richt op alle gebogenen.
Ain. Aller ogen wachten op U; en Gij geeft hun hun spijs te zijner tijd.
Pe. Gij doet Uw hand open, en verzadigt al wat er leeft, naar Uw welbehagen.
Tsade. De HEERE is rechtvaardig in al Zijn wegen, en goedertieren in al Zijn werken.
Koph. De HEERE is nabij allen, die Hem aanroepen, allen, die Hem aanroepen in der waarheid.
Resch. Hij doet het welbehagen dergenen, die Hem vrezen, en Hij hoort hun geroep, en verlost hen.
Schin. De HEERE bewaart al degenen, die Hem liefhebben; maar Hij verdelgt alle goddelozen.
Thau. Mijn mond zal den prijs des HEEREN uitspreken, en alle vlees zal Zijn heiligen Naam loven in der eeuwigheid en altoos.
Psalm 146
Hallelujah! O mijn ziel! prijs den HEERE.
Ik zal den HEERE prijzen in mijn leven; ik zal mijn God psalmzingen, terwijl ik nog ben.
Vertrouwt niet op prinsen, op des mensen kind, bij hetwelk geen heil is.
Zijn geest gaat uit, hij keert wederom tot zijn aarde; te dienzelfden dage vergaan zijn aanslagen.
Welgelukzalig is hij, die den God Jakobs tot zijn Hulp heeft, wiens verwachting op den HEERE, zijn God is;
Die den hemel en de aarde gemaakt heeft, de zee en al wat in dezelve is; Die trouwe houdt in der eeuwigheid.
Die den verdrukte recht doet, Die den hongerige brood geeft; de HEERE maakt de gevangenen los.
De HEERE opent de ogen der blinden; de HEERE richt de gebogenen op; de HEERE heeft de rechtvaardigen lief.
De HEERE bewaart de vreemdelingen; Hij houdt den wees en de weduwe staande; maar der goddelozen weg keert Hij om.
De HEERE zal in eeuwigheid regeren; uw God, o Sion! is van geslacht tot geslacht. Hallelujah!
Psalm 147
Looft den HEERE, want onzen God te psalmzingen is goed, dewijl Hij liefelijk is; de lof is betamelijk.
De HEERE bouwt Jeruzalem; Hij vergadert Israels verdrevenen.
Hij geneest de gebrokenen van hart, en Hij verbindt hen in hun smarten.
Hij telt het getal der sterren; Hij noemt ze allen bij namen.
Onze Heere is groot en van veel kracht; Zijns verstands is geen getal.
De HEERE houdt de zachtmoedigen staande; de goddelozen vernedert Hij, tot de aarde toe.
Zingt den HEERE bij beurte met dankzegging; psalmzingt onzen God op de harp.
Die de hemelen met wolken bedekt, Die voor de aarde regen bereidt; Die het gras op de bergen doet uitspruiten;
Die het vee zijn voeder geeft; aan de jonge raven, als zij roepen.
Hij heeft geen lust aan de sterkte des paards; Hij heeft geen welgevallen aan de benen des mans.
De HEERE heeft een welgevallen aan hen, die Hem vrezen, die op Zijn goedertierenheid hopen.
O Jeruzalem! roem den HEERE; o Sion! loof uw God.
Want Hij maakt de grendelen uwer poorten sterk; Hij zegent uw kinderen binnen in u.
Die uw landpalen in vrede stelt; Hij verzadigt u met het vette der tarwe.
Hij zendt Zijn bevel op aarde; Zijn woord loopt zeer snel.
Hij geeft sneeuw als wol; Hij strooit den rijm als as.
Hij werpt Zijn ijs heen als stukken; wie zou bestaan voor Zijn koude?
Hij zendt Zijn woord, en doet ze smelten; Hij doet Zijn wind waaien, de wateren vloeien henen.
Hij maakt Jakob Zijn woorden bekend, Israel Zijn inzettingen en Zijn rechten.
Alzo heeft Hij geen volk gedaan; en Zijn rechten, die kennen zij niet. Hallelujah!
Het heilig Evangelie volgens de heilige Lucas (2:25-32)
En ziet, er was een mens te Jeruzalem, wiens naam was Simeon; en deze mens was rechtvaardig en godvrezende; verwachtende de vertroosting Israels, en de Heilige Geest was op hem.
En hem was een Goddelijke openbaring gedaan door den Heiligen Geest, dat hij den dood niet zien zoude, eer hij den Christus des Heeren zou zien.
En hij kwam door den Geest in den tempel. En als de ouders het Kindeken Jezus inbrachten, om naar de gewoonte der wet met Hem te doen;
Zo nam hij Hetzelve in zijn armen, en loofde God, en zeide:
Nu laat Gij, Heere! Uw dienstknecht gaan in vrede naar Uw woord;
Want mijn ogen hebben Uw zaligheid gezien,
Die Gij bereid hebt voor het aangezicht van al de volken;
Een Licht tot verlichting der heidenen, en tot heerlijkheid van Uw volk Israel.
De Drievoudige Heiliging
Heilige God, Heilige Sterke, Heilige Onsterfelijke, Die uit de Maagd geboren werd, ontferm U over ons. Heilige God, Heilige Sterke, Heilige Onsterfelijke, Die voor ons gekruisigd werd, ontferm U over ons. Heilige God, Heilige Sterke, Heilige Onsterfelijke, Die uit de doden opstond en opvoer naar de hemelen, ontferm U over ons. Eer zij de Vader en de Zoon en de Heilige Geest, nu en altijd en tot in de eeuwen der eeuwen. Amen. O heilige Drie-eenheid, ontferm U over ons. O heilige Drie-eenheid, ontferm U over ons. O heilige Drie-eenheid, ontferm U over ons.
Heer, vergeef ons onze zonden. Heer, vergeef ons onze ongerechtigheden. Heer, vergeef ons onze misstappen. Heer, bezoek de zieken van Uw volk, genees hen omwille van Uw heilige Naam. Onze vaders en broeders die ontslapen zijn, o Heer, geef rust aan hun zielen. Gij die zonder zonde zijt, o Heer, ontferm U over ons. Gij die zonder zonde zijt, o Heer, help ons en neem onze smeekbeden tot U aan. Want U komt toe de heerlijkheid en de macht en de drievoudige heiliging. Heer, ontferm U. Heer, ontferm U. Heer, zegen. Amen.
En maak ons waardig dankbaar te zeggen: Onze Vader, Die in de hemelen zijt....
Wees gegroet
Wees gegroet. Wij smeken u, o heilige, vol van heerlijkheid, Maagd te allen tijde, Moeder van God, Moeder van Christus: draag onze gebeden op tot uw beminde Zoon, opdat Hij ons onze zonden vergeve.
Wees gegroet, gij die voor ons het ware Licht hebt gebaard, Christus, onze God; o heilige Maagd, vraag de Heer voor ons, opdat Hij barmhartigheid bewijze aan onze zielen en ons onze zonden vergeve.
O Maagd Maria, Moeder van God, heilige, trouwe voorspreekster van het menselijk geslacht, spreek voor ons ten overstaan van Christus, Die gij gebaard hebt, opdat Hij ons de vergeving van onze zonden schenke.
Wees gegroet, o Maagd, ware koningin; wees gegroet, trots van ons geslacht; gij hebt voor ons Immanuël gebaard. Wij smeken u: gedenk ons, o betrouwbare voorspreekster, ten overstaan van onze Heer Jezus Christus, opdat Hij ons onze zonden vergeve.
Begin van de Geloofsbelijdenis
Wij verheerlijken u, Moeder van het ware Licht, en wij prijzen u, heilige Maagd, Moeder van God, want gij hebt voor ons de Verlosser van de wereld gebaard; Hij kwam en heeft onze zielen gered.
Eer zij U, onze Heer en onze Koning, Christus: de glorie der apostelen, de kroon der martelaren, de vreugde der rechtvaardigen, de standvastigheid der kerken, de vergeving der zonden.
Wij verkondigen de Heilige Drie-eenheid, één Godheid; wij aanbidden en verheerlijken Hem. Heer, ontferm U. Heer, ontferm U. Heer, zegen. Amen.
De heilige orthodoxe Geloofsbelijdenis
Waarlijk, wij geloven in één God, God de Vader, de Almachtige, Schepper van hemel en aarde, van al het zichtbare en onzichtbare.
En in één Heer Jezus Christus, de eniggeboren Zoon van God, geboren uit de Vader vóór alle eeuwen: Licht uit Licht, waarachtig God uit waarachtig God, geboren, niet geschapen, één in wezen met de Vader; door Wie alles geworden is. Die om ons mensen en om ons heil is neergedaald uit de hemelen, en vlees is geworden uit de Heilige Geest en de Maagd Maria, en mens geworden is. Die voor ons gekruisigd is onder Pontius Pilatus, geleden heeft en begraven is, en op de derde dag is opgestaan uit de doden, overeenkomstig de Schriften, en is opgevaren naar de hemelen, en zit aan de rechterhand van Zijn Vader; en Hij zal wederkomen in heerlijkheid om te oordelen de levenden en de doden; aan Wiens koninkrijk geen einde zal zijn.
Ja, wij geloven in de Heilige Geest, de Heer, de Levendmaker, Die uit de Vader voortkomt. Wij aanbidden en verheerlijken Hem samen met de Vader en de Zoon; Die gesproken heeft door de profeten.
En in één, heilige, katholieke en apostolische Kerk.
Wij belijden één doop tot vergeving van de zonden.
Wij verwachten de opstanding der doden en het leven van de komende eeuw. Amen.
Κύριε ἐλέησον Kyrie eleison (Heer, ontferm U) 41 keer
Heilig, heilig, heilig
Heilig, heilig, heilig, Heer der heerscharen. Hemel en aarde zijn vol van Uw heerlijkheid en eer. Ontferm U over ons, o God de Vader, de Almachtige. O heilige Drie-eenheid, ontferm U over ons. O Heer, God der machten, wees met ons, want wij hebben in onze benauwdheden en verdrukkingen geen andere helper dan U.
Ontsla ons, vergeef en verduur onze misdaden, o God, die wij willens en onwillens gedaan hebben, die wij met kennis en zonder kennis gedaan hebben, de verborgene en de openbare. O Heer, vergeef ze ons omwille van Uw heilige Naam dat over ons is uitgeroepen. Naar Uw barmhartigheid, o Heer, en niet naar onze zonden.
En maak ons waardig dankbaar te zeggen: Onze Vader, Die in de hemelen zijt..
De Absolutie
O Heer, al wat wij tegen U gezondigd hebben op deze dag, hetzij in daad of in woord of in gedachte of door alle zinnen, schenk ons kwijtschelding en vergeving omwille van Uw heilige Naam, als Goede en Liefhebber van de mensen. Schenk ons, o God, een vredige nacht, en een slaap die rein is van alle onrust. Zend ons de engel van de vrede, om ons te bewaren van alle kwaad, en van elke slag en van elke verzoeking van de vijand. Door de genade, de barmhartigheden en de mensenliefde van Uw eniggeboren Zoon, onze Heer, onze God en onze Verlosser Jezus Christus; door Wie U past, met Hem, de heerlijkheid, de eer en de macht, met de levendmakende Heilige Geest, Die aan U gelijk is, nu en altijd en tot in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Smeekbede gebeden aan het einde van ieder uur
Ontferm U over ons, o God, vervolgens ontferm U over ons. Gij Die te allen tijde en elk uur, in de hemel en op aarde, aanbeden en verheerlijkt wordt, Christus onze goede God, lankmoedig, veel barmhartigheid hebbend, rijk aan medelijden, Die de rechtvaardigen liefhebt en Zich ontfermt over de zondaars, van wie ik de eerste ben; Die niet wil dat de zondaar sterft, maar dat hij zich bekeert en leeft; Die allen roept tot het heil omwille van de belofte van de toekomende goederen:
Heer, neem in dit uur en in elk uur onze smeekbeden aan. Richt ons leven, en leid ons tot het doen van Uw geboden. Heilig onze zielen. Reinig onze lichamen. Richt onze gedachten op. Zuiver onze bedoelingen. Genees onze ziekten en vergeef onze zonden. Ruk ons weg van alle droeve smart en hartenpijn. Omring ons met Uw heilige engelen, opdat wij door hun leger beschermd en geleid worden, en wij mogen geraken tot de eenheid van het geloof en tot de kennis van Uw onzichtbare en onbegrensde heerlijkheid; want Gij zijt gezegend tot in eeuwigheid. Amen.
O God, maak ons waardig dankbaar te zeggen: Onze Vader, Die in de hemelen zijt...