Gij zult u tot de afgoden niet keren, en u geen gegoten goden maken; Ik ben de HEERE, uw God!
TSK
TSK · 2 Kronieken 28:2
Treasury of Scripture Knowledge references in Stve.
Leviticus 19:4
TSK
Richtere 2:13
TSK
Want zij verlieten den HEERE, en dienden de Baal en Astharoth.
2 Koningen 10:26
TSK
En zij brachten de opgerichte beelden uit het huis van Baal, en verbrandden ze.
2 Kronieken 22:3
TSK
Hij wandelde ook in de wegen van het huis van Achab; want zijn moeder was zijn raadgeefster, om goddelooslijk te handelen.
Jesaja 2:8
TSK
Ook is hun land vervuld met afgoden; voor het werk hunner handen buigen zij zich neder, voor hetgeen hun vingeren gemaakt hebben.
Hosea 2:13
TSK
Daarom, ziet, Ik zal haar lokken, en zal haar voeren in de woestijn; en Ik zal naar haar hart spreken.
Micha 1:5
TSK
Dit alles, om de overtreding van Jakob, en om de zonden van het huis Israels; wie is het begin van de overtreding van Jakob? Is het niet Samaria? En wie van de hoogten van Juda? Is het niet Jeruzalem?