TSK

TSK · Handelingen 6:5

Treasury of Scripture Knowledge references in Stve.

Back to passage

Een zacht antwoord keert de grimmigheid af; maar een smartend woord doet den toorn oprijzen.

Een rede, op zijn pas gesproken, is als gouden appelen in zilveren gebeelde schalen.

Wee u, gij Schriftgeleerden en Farizeen, gij geveinsden, want gij omreist zee en land, om een Jodengenoot te maken, en als hij het geworden is, zo maakt gij hem een kind der helle, tweemaal meer dan gij zijt.

En Stefanus, vol van geloof en kracht, deed wonderen en grote tekenen onder het volk.

Degenen nu, die verstrooid waren door de verdrukking, die over Stefanus geschied was, gingen het land door tot Fenicie toe, en Cyprus, en Antiochie, tot niemand het Woord sprekende, dan alleen tot de Joden.

En er waren te Antiochie, in de Gemeente, die daar was, enige profeten en leraars, namelijk Barnabas, en Simeon, genaamd Niger, en Lucius van Cyrene, en Manahen, die met Herodes den viervorst opgevoed was, en Saulus.

En des anderen daags, Paulus en wij, die met hem waren, gingen van daar en kwamen te Cesarea; en gegaan zijnde in het huis van Filippus, den evangelist (die een was van de zeven), bleven wij bij hem.

Alzo hebt ook gij, die de lering der Nikolaieten houden; hetwelk Ik haat.