TSK

TSK · Prediker 4:13

Treasury of Scripture Knowledge references in Stve.

Back to passage

Toen zeide de koning van Israel tot Josafat: Er is nog een man, om door hem den HEERE te vragen; maar ik haat hem, omdat hij over mij niets goeds profeteert, maar kwaad: Micha, de zoon van Jimla. En Josafat zeide: De koning zegge niet alzo!

En de Geest Gods toog Zacharia aan, den zoon van Jojada, den priester, die boven het volk stond, en hij zeide tot hen: Zo zegt God: Waarom overtreedt gij de geboden des HEEREN? Daarom zult gij niet voorspoedig zijn; dewijl gij den HEERE verlaten hebt, zo zal Hij u verlaten.

De arme, in zijn oprechtheid wandelende, is beter dan de verkeerde van lippen, en die een zot is.

De goddeloze, heersende over een arm volk, is een brullende leeuw, en een beer, die ginds en weder loopt.