Daarom veranderde hij zijn gelaat voor hun ogen, en hij maakte zichzelven gek onder hun handen; en hij bekrabbelde de deuren der poort, en hij liet zijn zever in zijn baard aflopen.
TSK
TSK · Genesis 27:24
Treasury of Scripture Knowledge references in Stve.
1 Samuël 21:13
TSK
2 Samuël 14:5
TSK
En de koning zeide tot haar: Wat is u? En zij zeide: Zekerlijk, ik ben een weduwvrouw, en mijn man is gestorven.
Job 13:7
TSK
Zult gij voor God onrecht spreken, en zult gij voor Hem bedriegerij spreken?
Spreuken 12:19
TSK
Een waarachtige lip zal bevestigd worden in eeuwigheid; maar een valse tong is maar voor een ogenblik.
Spreuken 30:8
TSK
Ijdelheid en leugentaal doe verre van mij; armoede of rijkdom geef mij niet; voed mij met het brood mijns bescheiden deels;
Romeinen 3:7
TSK
Want indien de waarheid Gods door mijn leugen overvloediger is geworden, tot Zijn heerlijkheid, wat word ik ook nog als een zondaar geoordeeld?
Colossenzen 3:9
TSK
Liegt niet tegen elkander, dewijl gij uitgedaan hebt den ouden mens met zijn werken,