Toen zeide Mozes tot hem: Wanneer ik ter stad uitgegaan zal zijn, zo zal ik mijn handen uitbreiden voor den HEERE; de donder zal ophouden, en de hagel zal niet meer zijn; opdat gij weet, dat de aarde des HEEREN is!
TSK
TSK · Job 11:13
Treasury of Scripture Knowledge references in Stve.
Exodus 9:29
TSK
En hij deed dat kwaad was, dewijl hij zijn hart niet richtte, om den HEERE te zoeken.
Job 5:8
TSK
Doch ik zou naar God zoeken, en tot God mijn aanspraak richten;
Job 22:21
TSK
Gewen u toch aan Hem, en heb vrede; daardoor zal u het goede overkomen.
Psalmen 78:8
TSK
En dat zij niet zouden worden gelijk hun vaders, een wederhorig en wederspannig geslacht; een geslacht, dat zijn hart niet richtte, en welks geest niet getrouw was met God.
Psalmen 143:6
TSK
Ik breid mijn handen uit tot U; mijn ziel is voor U als een dorstig land. Sela.
Lukas 12:47
TSK
En die dienstknecht, welke geweten heeft den wil zijns heeren, en zich niet bereid, noch naar zijn wil gedaan heeft, die zal met vele slagen geslagen worden.