Toen vraagde ik haar, en zeide: Wiens dochter zijt gij? En zij zeide: De dochter van Bethuel, den zoon van Nahor, welken Milka hem gebaard heeft. Zo legde ik het voorhoofdsiersel op haar aangezicht, en de armringen aan haar handen;
TSK
TSK · Spreuken 11:22
Treasury of Scripture Knowledge references in Stve.
Genesis 24:47
TSK
Spreuken 9:13
TSK
Een zotte vrouw is woelachtig, de slechtigheid zelve, en weet niet met al.
Spreuken 31:30
TSK
Schin. De bevalligheid is bedrog, en de schoonheid ijdelheid; maar een vrouw, die den HEERE vreest, die zal geprezen worden.
Nahum 3:4
TSK
Om der grote hoererijen wil der zeer bevallige hoer, der meesteres der toverijen, die met haar hoererijen volken verkocht heeft, en geslachten met haar toverijen.
2 Petrus 2:22
TSK
Maar hun is overkomen, hetgeen met een waar spreekwoord gezegd wordt: De hond is wedergekeerd tot zijn eigen uitbraaksel; en de gewassen zeug tot de wenteling in het slijk.