TSK

TSK · Spreuken 28:9

Treasury of Scripture Knowledge references in Stve.

Back to passage

Had ik naar ongerechtigheid met mijn hart gezien, de Heere zou niet gehoord hebben.

Als hij gericht wordt, zo ga hij schuldig uit, en zijn gebed zij tot zonde.

Die zijn oor stopt voor het geschrei des armen, die zal ook roepen, en niet verhoord worden.

Is het niet, dat gij den hongerige uw brood mededeelt, en de armen, verdrevenen in huis brengt? Als gij een naakte ziet, dat gij hem dekt, en dat gij u voor uw vlees niet verbergt?

Maar zij weigerden op te merken, en togen hun schouder terug, en zij verzwaarden hun oren, opdat zij niet hoorden.

Want er zal een tijd zijn, wanneer zij de gezonde leer niet zullen verdragen; maar kittelachtig zijnde van gehoor, zullen zij zichzelven leraars opgaderen, naar hun eigen begeerlijkheden;