TSK

TSK · 1 Kronieken 25:2

Treasury of Scripture Knowledge references in Stve.

Terug naar de passage

En zijn broeder Asaf stond aan zijn rechter zijde; Asaf was de zoon van Berechja, den zoon van Simea,

Asaf was het hoofd, en Zecharja de tweede na hem; Jeiel, en Semiramoth, en Jehiel, en Mattithja, en Eliab, en Benaja, en Obed-Edom, en Jeiel, met instrumenten der luiten en met harpen; en Asaf liet zich horen met cimbalen;

Aangaande Jeduthun: de kinderen van Jeduthun waren Gedalja, en Zeri, en Jesaja, Hasabja en Mattithja, zes; aan de handen van hun vader Jeduthun, op harpen profeterende met den HEERE te danken en te loven.

En zij wierpen de loten over de wacht, tegen elkander, zo de kleinen, als de groten, den meester met den leerling.

Een psalm van Asaf. Immers is God Israel goed, dengenen, die rein van harte zijn.

Voor den opperzangmeester, Altascheth; een psalm, een lied, voor Asaf.

Een psalm van Asaf, voor den opperzangmeester, over Jeduthun.

Een psalm van Asaf. O God! Heidenen zijn gekomen in Uw erfenis; zij hebben den tempel Uwer heiligheid verontreinigd; zij hebben Jeruzalem tot steenhopen gesteld.

Voor den opperzangmeester, op de Gittith, een psalm van Asaf.