En doe barmhartigheid aan duizenden dergenen, die Mij liefhebben, en Mijn geboden onderhouden.
TSK
TSK · 1 Johannes 5:3
Treasury of Scripture Knowledge references in Stve.
Nu dan, Israel! wat eist de HEERE, uw God van u dan den HEERE, uw God, te vrezen, in al Zijn wegen te wandelen, en Hem lief te hebben, en den HEERE, uw God, te dienen, met uw ganse hart en met uw ganse ziel;
Haar uitgang is van het einde des hemels, en haar omloop tot aan de einden deszelven; en niets is verborgen voor haar hitte.
En ik zal mij vermaken in Uw geboden, die ik liefheb.
Daarom heb ik Uw geboden lief, meer dan goud, ja, meer dan het fijnste goud.
Haar wegen zijn wegen der liefelijkheid, en al haar paden vrede.
Hij heeft u bekend gemaakt, o mens! wat goed is; en wat eist de HEERE van u, dan recht te doen, en weldadigheid lief te hebben, en ootmoediglijk te wandelen met uw God?
En als Hij nog tot de scharen sprak, ziet, Zijn moeder en broeders stonden buiten, zoekende Hem te spreken.
Die Mijn geboden heeft, en dezelve bewaart, die is het, die Mij liefheeft; en die Mij liefheeft, zal van Mijn Vader geliefd worden; en Ik zal hem liefhebben, en Ik zal Mijzelven aan hem openbaren.
Gij zijt Mijn vrienden, zo gij doet wat Ik u gebiede.
Want ik heb een vermaak in de wet Gods, naar den inwendigen mens;
En hieraan kennen wij, dat wij Hem gekend hebben, zo wij Zijn geboden bewaren.