TSK

TSK · 1 Samuël 13:2

Treasury of Scripture Knowledge references in Stve.

Terug naar de passage

En Zela, Elef en Jebusi (deze is Jeruzalem), Gibath, Kirjath: veertien steden mitsgaders haar dorpen. Dit is het erfdeel der kinderen van Benjamin, naar hun huisgezinnen.

Maar zijn heer zeide tot hem: Wij zullen herwaarts niet wijken tot een vreemde stad, die niet is van de kinderen Israels; maar wij zullen voorttrekken tot Gibea toe.

En Saul ging ook naar zijn huis te Gibea, en van het heir gingen met hem, welker hart God geroerd had.

En der Filistijnen leger toog naar den doortocht van Michmas.

Doch zij sloegen te dien dage de Filistijnen van Michmas tot Ajalon; en het volk was zeer moede.

Daarna ging Samuel naar Rama; en Saul ging op naar zijn huis te Gibea-Sauls.

Laat ons zeven mannen van zijn zonen gegeven worden, dat wij hen den HEERE ophangen te Gibea Sauls, o, gij verkorene des HEEREN! En de koning zeide: Ik zal hen geven.

Ezra 2:27 TSK

De mannen van Michmas, honderd twee en twintig.

Hij komt te Ajath, hij trekt door Migron; te Michmas legt hij zijn gereedschap af.