Achis nu antwoordde en zeide tot David: Ik weet het; voorwaar, gij zijt aangenaam in mijn ogen, als een engel Gods; maar de oversten der Filistijnen hebben gezegd: Laat hem met ons in dezen strijd niet optrekken.
TSK
TSK · 2 Samuël 14:17
Treasury of Scripture Knowledge references in Stve.
1 Samuël 29:9
TSK
2 Samuël 19:27
TSK
Daartoe heeft hij uw knecht bij mijn heer den koning valselijk aangedragen; doch mijn heer de koning is als een engel Gods; doe dan, wat goed is in uw ogen.
1 Koningen 3:9
TSK
Geef dan Uw knecht een verstandig hart, om Uw volk te richten, verstandelijk onderscheidende tussen goed en kwaad; want wie zou dit Uw zwaar volk kunnen richten?
Job 6:30
TSK
Zou onrecht op mijn tong wezen? Zou mijn gehemelte niet de ellenden te verstaan geven?
Spreuken 29:5
TSK
Een man, die zijn naaste vleit, spreidt een net uit voor deszelfs gangen.
Hebreeën 5:14
TSK
Maar der volmaakten is de vaste spijze, die door de gewoonheid de zinnen geoefend hebben, tot onderscheiding beide des goeds en des kwaads.