TSK

TSK · Handelingen 5:17

Treasury of Scripture Knowledge references in Stve.

Terug naar de passage

En Saul vreesde voor David, want de HEERE was met hem, en Hij was van Saul geweken.

Waarom woeden de heidenen, en bedenken de volken ijdelheid?

Grimmigheid en overloping van toorn is wreedheid; maar wie zal voor nijdigheid bestaan?

Want hij wist, dat zij Hem door nijdigheid overgeleverd hadden.

En de overpriesters beraadslaagden, dat zij ook Lazarus doden zouden.

En terwijl zij tot het volk spraken, kwamen daarover tot hen de priesters, en de hoofdman des tempels, en de Sadduceen;

De koningen der aarde zijn te zamen opgestaan, en de oversten zijn bijeenvergaderd tegen den Heere, en tegen Zijn Gezalfde.

Doch de Joden, de scharen ziende, werden met nijdigheid vervuld, en wederspraken, hetgeen van Paulus gezegd werd, wedersprekende en lasterende.

Maar de Joden, die ongehoorzaam waren, dit benijdende, namen tot zich enige boze mannen uit de marktboeven, en maakten, dat het volk te hoop liep, en beroerden de stad; en op het huis van Jason aanvallende, zochten zij hen tot het volk te brengen.

Nijd, moord, dronkenschappen, brasserijen, en dergelijke; van dewelke ik u te voren zeg, gelijk ik ook te voren gezegd heb, dat die zulke dingen doen, het Koninkrijk Gods niet zullen beerven.

Of meent gij, dat de Schrift tevergeefs zegt: De Geest, Die in ons woont, heeft Die lust tot nijdigheid?