TSK

TSK · Handelingen 8:31

Treasury of Scripture Knowledge references in Stve.

Terug naar de passage

Maar hij zeide tot hem: Ging niet mijn hart mede, als die man zich omkeerde van op zijn wagen u tegemoet? Was het tijd, om dat zilver te nemen, en om klederen te nemen, en olijfbomen, en wijngaarden, en schapen, en runderen, en knechten, en dienstmaagden?

Teth. De HEERE is goed en recht; daarom zal Hij de zondaars onderwijzen in den weg.

Toen was ik onvernuftig, en wist niets; ik was een groot beest bij U.

En te dien dage zullen de doven horen de woorden des Boeks; en de ogen der blinden, zijnde uit de donkerheid en uit de duisternis, zullen zien.

En zeide: Voorwaar zeg Ik u: Indien gij u niet verandert, en wordt gelijk de kinderkens, zo zult gij in het Koninkrijk der hemelen geenszins ingaan.

Hoe zullen zij dan Hem aanroepen, in Welken zij niet geloofd hebben? En hoe zullen zij in Hem geloven, van Welken zij niet gehoord hebben? En hoe zullen zij horen, zonder die hun predikt?

En zo iemand meent iets te weten, die heeft nog niets gekend, gelijk men behoort te kennen.

En de rijke in zijn vernedering; want hij zal als een bloem van het gras voorbijgaan.

Zo legt dan af alle kwaadheid, en alle bedrog, en geveinsdheid, en nijdigheid, en alle achterklappingen;