TSK

TSK · Deuteronomium 15:11

Treasury of Scripture Knowledge references in Stve.

Terug naar de passage

Maar in het zevende zult gij het rusten en stil liggen laten, dat de armen uws volks mogen eten, en het overige daarvan de beesten des velds eten mogen; alzo zult gij ook doen met uw wijngaard, en met uw olijfbomen.

Die zich des armen ontfermt, leent den HEERE, en Hij zal hem zijn weldaad vergelden.

Geeft dengene, die iets van u bidt, en keert u niet af van dengene, die van u lenen wil.

Want de armen hebt gij altijd met u, en wanneer gij wilt, kunt gij hun weldoen; maar Mij hebt gij niet altijd.

Want de armen hebt gijlieden altijd met u, maar Mij hebt gij niet altijd.

En de menigte van degenen, die geloofden, was een hart en een ziel; en niemand zeide, dat iets van hetgeen hij had, zijn eigen ware, maar alle dingen waren hun gemeen.

Dat in vele beproeving der verdrukking de overvloed hunner blijdschap, en hun zeer diepe armoede overvloedig geweest is tot den rijkdom hunner goeddadigheid.