TSK

TSK · Deuteronomium 18:6

Treasury of Scripture Knowledge references in Stve.

Terug naar de passage

Gebied den kinderen Israels, dat zij van de erfenis hunner bezitting aan de Levieten steden zullen geven om te bewonen; daartoe zult gijlieden aan de Levieten voorsteden geven, aan de steden rondom dezelve.

Maar naar de plaats, die de HEERE, uw God, uit al uw stammen verkiezen zal, om Zijn Naam aldaar te zetten, naar Zijn woning zult gijlieden vragen, en daarheen zult gij komen;

Maar in de plaats, die de HEERE in een uwer stammen zal verkiezen, daar zult gij uw brandofferen offeren, en daar zult gij doen al wat ik u gebiede.

HEERE! ik heb lief de woning van Uw huis, en de plaats des tabernakels Uwer eer.

Een psalm van David, als hij was in de woestijn van Juda.

O God, ons Schild! zie, en aanschouw het aangezicht Uws gezalfden.

Weidt de kudde Gods, die onder u is, hebbende opzicht daarover, niet uit bedwang, maar gewilliglijk; noch om vuil gewin, maar met een volvaardig gemoed;