TSK

TSK · Prediker 1:8

Treasury of Scripture Knowledge references in Stve.

Terug naar de passage

De hel en het verderf worden niet verzadigd; alzo worden de ogen des mensen niet verzadigd.

Toen wendde ik mij tot al mijn werken, die mijn handen gemaakt hadden, en tot den arbeid, dien ik werkende gearbeid had; ziet, het was al ijdelheid en kwelling des geestes, en daarin was geen voordeel onder de zon.

Daarna wende ik mij, en zag aan al de onderdrukkingen, die onder de zon geschieden; en ziet, er waren de tranen der verdrukten, en dergenen, die geen trooster hadden; en aan de zijde hunner verdrukkers was macht, zij daarentegen hadden geen vertrooster.

Waar het goed vermenigvuldigt, daar vermenigvuldigen ook die het eten; wat nuttigheid hebben dan de bezitters daarvan, dan het gezicht hunner ogen?

Hetgeen verre af is, en zeer diep, wie zal dat vinden?

Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven.

Zij zullen niet meer hongeren, en zullen niet meer dorsten, en de zon zal op hen niet vallen, noch enige hitte.