TSK

TSK · Efeziërs 3:19

Treasury of Scripture Knowledge references in Stve.

Terug naar de passage

En dat ik inga tot Gods altaar, tot den God der blijdschap mijner verheuging, en U met de harp love, o God, mijn God!

En uit Zijn volheid hebben wij allen ontvangen, ook genade voor genade.

Welke Zijn lichaam is, en de vervulling Desgenen, Die alles in allen vervult.

En wandelt in de liefde, gelijkerwijs ook Christus ons liefgehad heeft, en Zichzelven voor ons heeft overgegeven tot een offerande en een slachtoffer, Gode tot een welriekenden reuk.

Gelijk het bij mij recht is, dat ik van u allen dit gevoel, omdat ik in mijn hart houde, dat gij, beide in mijn banden, en in mijn verantwoording en bevestiging van het Evangelie, gij allen, zeg ik, mijner genade mede deelachtig zijt.

En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw zinnen bewaren in Christus Jezus.

Want in Hem woont al de volheid der Godheid lichamelijk;

Hierin is de liefde Gods jegens ons geopenbaard, dat God Zijn eniggeboren Zoon gezonden heeft in de wereld, opdat wij zouden leven door Hem.

En ik zag geen tempel in dezelve; want de Heere, de almachtige God, is haar Tempel, en het Lam.