En de jongste baarde ook een zoon, en noemde zijn naam Ben-Ammi; deze is de vader der kinderen Ammons, tot op dezen dag.
TSK
TSK · Ezechiël 25:2
Treasury of Scripture Knowledge references in Stve.
Genesis 19:38
TSK
Jeremia 25:21
TSK
Edom, en Moab, en den kinderen Ammons;
Jeremia 49:1
TSK
Tegen de kinderen Ammons zegt de HEERE alzo: Heeft dan Israel geen kinderen? Heeft hij geen erfgenaam? Waarom is dan Malcham erfgenaam van Gad, en waarom woont zijn volk in deszelfs steden?
Ezechiël 11:4
TSK
Daarom profeteer tegen hen; profeteer, o mensenkind!
Ezechiël 21:2
TSK
Mensenkind! zet uw aangezicht tegen Jeruzalem, en drup tegen de heiligdommen, en profeteer tegen het land van Israel;
Ezechiël 35:2
TSK
Mensenkind! zet uw aangezicht tegen het gebergte Seir, en profeteer tegen hetzelve,
Zefanja 2:8
TSK
Ik heb de beschimping van Moab gehoord, en de scheldwoorden der kinderen Ammons, waarmede zij Mijn volk beschimpt hebben, en hebben zich groot gemaakt tegen deszelfs landpale.