TSK

TSK · Genesis 1:3

Treasury of Scripture Knowledge references in Stve.

Terug naar de passage
Job 38:19 TSK

Waar is de weg, daar het licht woont? En de duisternis, waar is haar plaats?

Want Hij spreekt, en het is er; Hij gebiedt, en het staat er.

Hij bedekt Zich met het licht, als met een kleed; Hij rekt den hemel uit als een gordijn.

Dat zij den Naam des HEEREN loven; want als Hij het beval, zo werden zij geschapen.

De zon zal u niet meer wezen tot een licht des daags, en tot een glans zal u de maan niet lichten; maar de HEERE zal u wezen tot een eeuwig Licht, en uw God tot uw Sierlijkheid.

En het Licht schijnt in de duisternis, en de duisternis heeft hetzelve niet begrepen.

En dit is het oordeel, dat het licht in de wereld gekomen is, en de mensen hebben de duisternis liever gehad dan het licht; want hun werken waren boos.

Want God, Die gezegd heeft, dat het licht uit de duisternis zou schijnen, is Degene, Die in onze harten geschenen heeft, om te geven verlichting der kennis der heerlijkheid Gods in het aangezicht van Jezus Christus.

Daarom zegt Hij: Ontwaakt, gij, die slaapt, en staat op uit de doden; en Christus zal over u lichten.

En dit is de verkondiging, die wij van Hem gehoord hebben, en wij u verkondigen, dat God een Licht is, en gans geen duisternis in Hem is.