TSK

TSK · Jeremia 22:30

Treasury of Scripture Knowledge references in Stve.

Terug naar de passage

De kinderen van Jojakim nu waren: Jechonia zijn zoon, Zedekia zijn zoon.

Zou zich de stoel der schadelijkheden met U vergezelschappen, die moeite verdicht bij inzetting?

Daarom zegt de HEERE alzo van Jojakim, den koning van Juda: Hij zal geen hebben, die op Davids troon zitte; en zijn dood lichaam zal weggeworpen zijn, des daags in de hitte, en des nachts in de vorst.

Deze zal groot zijn, en de Zoon des Allerhoogsten genaamd worden; en God, de Heere, zal Hem den troon van Zijn vader David geven.