Als nu Jeschurun vet werd, zo sloeg hij achteruit (gij zijt vet, gij zijt dik, ja, met vet overdekt geworden!); en hij liet God varen, Die hem gemaakt heeft, en versmaadde den Rotssteen zijns heils.
TSK
TSK · Job 15:27
Treasury of Scripture Knowledge references in Stve.
Psalmen 17:10
TSK
Met hun vet besluiten zij zich, met hun mond spreken zij hovaardelijk.
Psalmen 73:7
TSK
Hun ogen puilen uit van vet; zij gaan de inbeeldingen des harten te boven.
Jesaja 6:10
TSK
Maak het hart dezes volks vet, en maak hun oren zwaar, en sluit hun ogen, opdat het niet zie met zijn ogen, noch met zijn oren hore, noch met zijn hart versta, noch zich bekere, en Hij het geneze.