Ik zal borg voor hem zijn; van mijn hand zult gij hem eisen; indien ik hem tot u niet breng en hem voor uw aangezicht stel, zo zal ik alle dagen tegen u gezondigd hebben!
TSK
TSK · Job 17:3
Treasury of Scripture Knowledge references in Stve.
Genesis 43:9
TSK
Job 5:1
TSK
Roep nu, zal er iemand zijn, die u antwoorde? En tot wien van de heiligen zult gij u keren?
Psalmen 119:122
TSK
Wees borg voor Uw knecht ten goede; laat de hovaardigen mij niet onderdrukken.
Spreuken 11:15
TSK
Als iemand voor een vreemde borg geworden is, hij zal zekerlijk verbroken worden; maar wie degenen haat, die in de hand klappen, is zeker.
Spreuken 20:16
TSK
Als iemand voor een vreemde borg geworden is, neem zijn kleed; en pand hem voor de onbekenden.
Jesaja 38:14
TSK
Gelijk een kraan of zwaluw, alzo piepte ik; ik kirde als een duif; mijn ogen verhieven zich omhoog; o HEERE! ik word onderdrukt, wees Gij mijn Borg.