TSK

TSK · Job 19:29

Treasury of Scripture Knowledge references in Stve.

Terug naar de passage
Job 13:7 TSK

Zult gij voor God onrecht spreken, en zult gij voor Hem bedriegerij spreken?

Job 22:4 TSK

Is het om uw vreze, dat Hij u bestraft, dat Hij met u in het gericht komt?

O vijand! zijn de verwoestingen voleind in eeuwigheid, en hebt gij de steden uitgeroeid? Hunlieder gedachtenis is met hen vergaan.

Verblijd u, o jongeling! in uw jeugd, en laat uw hart zich vermaken in de dagen uwer jongelingschap, en wandel in de wegen uws harten, en in de aanschouwingen uwer ogen; maar weet, dat God, om al deze dingen, u zal doen komen voor het gericht.

Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt.

Broeders, spreekt niet kwalijk van elkander. Die van zijn broeder kwalijk spreekt en zijn broeder oordeelt, die spreekt kwalijk van de wet, en oordeelt de wet. Indien gij nu de wet oordeelt, zo zijt gij geen dader der wet, maar een rechter.