De aarde wordt gegeven in de hand des goddelozen; Hij overdekt het aangezicht harer rechteren; zo niet, wie is Hij dan?
TSK
TSK · Job 19:7
Treasury of Scripture Knowledge references in Stve.
Is het U goed, dat Gij verdrukt, dat Gij verwerpt den arbeid Uwer handen, en over den raad der goddelozen schijnsel geeft?
Ziet, zo Hij mij doodde, zou ik niet hopen? Evenwel zal ik mijn wegen voor Zijn aangezicht verdedigen.
Och, mocht men rechten voor een man met God, gelijk een kind des mensen voor zijn vriend.
Och, of ik wist, dat ik Hem vinden zou, ik zou tot Zijn stoel komen;
Och, of ik een hadde, die mij hoorde! Zie, mijn oogmerk is, dat de Almachtige mij antwoorde, en dat mijn tegenpartij een boek schrijve.
Verberg hen te zamen in het stof; verbind hun aangezichten in het verborgen!
Mijn God! Ik roep des daags, maar Gij antwoordt niet; en des nachts, en ik heb geen stilte.
Gimel. Ook wanneer ik roep en schreeuw, sluit Hij de oren voor mijn gebed.