TSK

TSK · Job 19:9

Treasury of Scripture Knowledge references in Stve.

Terug naar de passage
Job 29:7 TSK

Toen ik uitging naar de poort door de stad, toen ik mijn stoel op de straat liet bereiden.

Job 30:1 TSK

Maar nu lachen over mij minderen dan ik van dagen, welker vaderen ik versmaad zou hebben, om bij de honden mijner kudde te stellen.

Maar Gij hebt hem verstoten en verworpen; Gij zijt verbolgen geworden tegen Uw gezalfde.

Gij hebt ook de scherpte zijns zwaards omgekeerd, en hebt hem niet staande gehouden in den strijd.

De kroon onzes hoofds is afgevallen; o wee nu onzer, dat wij zo gezondigd hebben!