Indien gij enigszins uws naasten kleed te pand neemt, zo zult gij het hem wedergeven, eer de zon ondergaat;
TSK
TSK · Job 22:6
Treasury of Scripture Knowledge references in Stve.
Exodus 22:26
TSK
Wanneer gij aan uw naaste iets zult geleend hebben, zo zult gij tot zijn huis niet ingaan, om zijn pand te pand te nemen;
Job 24:3
TSK
Den ezel der wezen drijven zij weg; den os ener weduwe nemen zij te pand.
Job 29:12
TSK
Want ik bevrijdde den ellendige, die riep, en den wees, die geen helper had.
Job 31:20
TSK
Zo zijn lenden mij niet gezegend hebben, toen hij van de vellen mijner lammeren verwarmd werd;
Ezechiël 18:12
TSK
Verdrukt den ellendige en den nooddruftige, rooft veel roofs, geeft het pand niet weder, en heft zijn ogen op tot de drekgoden, doet gruwel;
Amos 2:8
TSK
En zij leggen zich neder bij elk altaar op de verpande klederen, en drinken den wijn der geboeten in het huis van hun goden.