TSK

TSK · Job 29:12

Treasury of Scripture Knowledge references in Stve.

Terug naar de passage

Gij zult geen weduwe noch wees beledigen.

Want er waren, die zeiden: Onze zonen, en onze dochteren, wij zijn velen; daarom hebben wij koren opgenomen, opdat wij eten en leven.

Job 22:6 TSK

Want gij hebt uw broederen zonder oorzaak pand afgenomen, en de klederen der naakten hebt gij uitgetogen.

Job 24:4 TSK

Zij doen de nooddruftigen wijken van den weg; te zamen versteken zich de ellendigen des lands.

Job 31:17 TSK

En mijn bete alleen gegeten heb, zodat de wees daarvan niet gegeten heeft;

Job 31:21 TSK

Zo ik mijn hand tegen den wees bewogen heb, omdat ik in de poort mijn hulp zag;

Want hij zal den nooddruftige redden, die daar roept, mitsgaders den ellendige, en die geen helper heeft.

Doet recht den arme en den wees; rechtvaardigt den verdrukte en den arme.

Red degenen, die ter dood gegrepen zijn; want zij wankelen ter doding, zo gij u onthoudt.

Hij heeft de rechtzaak des ellendigen en nooddruftigen gericht, toen ging het hem wel; is dat niet Mij te kennen? spreekt de HEERE.