Gij zult geen weduwe noch wees beledigen.
TSK
TSK · Job 29:12
Treasury of Scripture Knowledge references in Stve.
Want er waren, die zeiden: Onze zonen, en onze dochteren, wij zijn velen; daarom hebben wij koren opgenomen, opdat wij eten en leven.
Want gij hebt uw broederen zonder oorzaak pand afgenomen, en de klederen der naakten hebt gij uitgetogen.
Zij doen de nooddruftigen wijken van den weg; te zamen versteken zich de ellendigen des lands.
En mijn bete alleen gegeten heb, zodat de wees daarvan niet gegeten heeft;
Zo ik mijn hand tegen den wees bewogen heb, omdat ik in de poort mijn hulp zag;
Want hij zal den nooddruftige redden, die daar roept, mitsgaders den ellendige, en die geen helper heeft.
Doet recht den arme en den wees; rechtvaardigt den verdrukte en den arme.
Red degenen, die ter dood gegrepen zijn; want zij wankelen ter doding, zo gij u onthoudt.
Hij heeft de rechtzaak des ellendigen en nooddruftigen gericht, toen ging het hem wel; is dat niet Mij te kennen? spreekt de HEERE.