Gij zult geen heerschappij over hem hebben met wreedheid; maar gij zult vrezen voor uw God.
TSK
TSK · Job 31:14
Treasury of Scripture Knowledge references in Stve.
Ik zal tot God zeggen: Verdoem mij niet; doe mij weten, waarover Gij met mij twist.
Psalmzingt den HEERE, Die te Sion woont; verkondigt onder de volken Zijn daden.
Sta op, HEERE God! hef Uw hand op, vergeet de ellendigen niet.
Gij deedt een oordeel horen uit den hemel; de aarde vreesde en werd stil,
Maar wat zult gijlieden doen ten dage der bezoeking, en der verwoesting, die van verre komen zal? Tot wien zult gij vlieden om hulp, en waar zult gij uw heerlijkheid laten?
De beste van hen is als een doorn; de oprechtste is scherper dan een doornheg; de dag uwer wachters, uw bezoeking, is gekomen; nu zal hunlieder verwarring wezen.
En ziende, dat sommigen van Zijn discipelen met onreine, dat is, met ongewassen handen brood aten, berispten zij hen.
Want een onbarmhartig oordeel zal gaan over dengene, die geen barmhartigheid gedaan heeft; en de barmhartigheid roemt tegen het oordeel.