En het geschiedde na die zeven dagen, dat de wateren des vloeds op de aarde waren.
TSK
TSK · Job 37:6
Treasury of Scripture Knowledge references in Stve.
Maar des volks is veel, en het is een tijd van plasregen, dat men hier buiten niet staan kan; en het is geen werk van een dag noch van twee; want velen onzer hebben overtreden in deze zaak.
Want Hij trekt de druppelen der wateren op, die den regen na zijn damp uitgieten;
Hij geeft sneeuw als wol; Hij strooit den rijm als as.
Een arm man, die de geringen verdrukt, is een wegvagende regen, zodat er geen brood zij.
Daarom alzo zegt de Heere HEERE: Ja, Ik zal hem door een groten stormwind in Mijn grimmigheid splijten, en er zal een overstelpende plasregen zijn in Mijn toorn, en grote hagelstenen in Mijn grimmigheid, om dien te verdoen.
En er is slagregen nedergevallen, en de waterstromen zijn gekomen, en de winden hebben gewaaid, en zijn tegen hetzelve huis aangevallen, en het is niet gevallen, want het was op de steenrots gegrond.