TSK

TSK · Job 39:10

Treasury of Scripture Knowledge references in Stve.

Terug naar de passage
Job 1:14 TSK

Dat een bode tot Job kwam, en zeide: De runderen waren ploegende, en de ezelinnen weidende aan hun zijden.

Job 39:7 TSK

Haar jongen worden kloek, worden groot door het koren; zij gaan uit, en keren niet weder tot dezelve.

Ploegers hebben op mijn rug geploegd; zij hebben hun voren lang getogen.

Span de snelle dieren aan den wagen, gij inwoners van Lachis! (deze is der dochter Sions het beginsel der zonde) want in u zijn Israels overtredingen gevonden.