Als nu Pilatus zag, dat hij niet vorderde, maar veel meer dat er oproer werd, nam hij water en wies de handen voor de schare, zeggende: Ik ben onschuldig aan het bloed dezes Rechtvaardigen; gijlieden moogt toezien.
TSK
TSK · Johannes 18:38
Treasury of Scripture Knowledge references in Stve.
Mattheüs 27:24
TSK
Lukas 23:4
TSK
En Pilatus zeide tot de overpriesters en de scharen: Ik vind geen schuld in dezen Mens.
Johannes 19:4
TSK
Pilatus dan kwam wederom uit, en zeide tot hen: Ziet, ik breng Hem tot ulieden uit, opdat gij wetet, dat ik in Hem geen schuld vinde.
Johannes 19:21
TSK
De overpriesters dan der Joden zeiden tot Pilatus: Schrijf niet: De Koning der Joden; maar, dat Hij gezegd heeft: Ik ben de Koning der Joden.
Als zij nu van de opstanding der doden hoorden, spotten sommigen daarmede; en sommigen zeiden: Wij zullen u wederom hiervan horen.
1 Petrus 1:19
TSK
Maar door het dierbaar bloed van Christus, als van een onbestraffelijk en onbevlekt Lam;