Gij zult den HEERE, uw God, vrezen, en Hem dienen; en gij zult bij Zijn Naam zweren.
TSK
TSK · Mattheüs 4:10
Treasury of Scripture Knowledge references in Stve.
En nu, vreest den HEERE, en dient Hem in oprechtheid en in waarheid; en doet weg de goden, die uw vaders gediend hebben, aan gene zijde der rivier, en in Egypte; en dient den HEERE.
Toen stond de satan op tegen Israel, en hij porde David aan, dat hij Israel telde.
En de HEERE zeide tot den satan: Zie, al wat hij heeft, zij in uw hand; alleen aan hem strek uw hand niet uit. En de satan ging uit van het aangezicht des HEEREN.
Stel een goddeloze over hem, en de satan sta aan zijn rechterhand.
Maar Hij, Zich omkerende, zeide tot Petrus: Ga weg achter Mij, satanas! gij zijt Mij een aanstoot, want gij verzint niet de dingen, die Gods zijn, maar die der mensen zijn.
Zo onderwerpt u dan Gode; wederstaat den duivel, en hij zal van u vlieden.