TSK

TSK · Spreuken 1:8

Treasury of Scripture Knowledge references in Stve.

Terug naar de passage

Wanneer iemand een moedwilligen en wederspannigen zoon heeft, die de stem zijns vaders en de stem zijner moeder niet gehoorzaam is; en zij hem gekastijd zullen hebben, en hij naar hen niet horen zal,

Wanneer een mens tegen een mens zondigt, zo zullen de goden hem oordelen; maar wanneer een mens tegen den HEERE zondigt, wie zal voor hem bidden? Doch zij hoorden de stem huns vaders niet, want de HEERE wilde hen doden.

Mijn zoon! wandel niet met hen op den weg; weer uw voet van hun pad.

Mijn zoon! vergeet mijn wet niet, maar uw hart beware mijn geboden.

Mijn zoon! merk op mijn wijsheid, neig uw oor tot mijn verstand;

Mijn zoon, bewaar mijn redenen, en leg mijn geboden bij u weg.

Het oog, dat den vader bespot, of de gehoorzaamheid der moeder veracht, dat zullen de raven der beek uitpikken, en des arends jongen zullen het eten.

En Jezus, hun geloof ziende, zeide tot den geraakte: Zoon! wees welgemoed; uw zonden zijn u vergeven.

Als ik mij in gedachtenis breng het ongeveinsd geloof, dat in u is, hetwelk eerst gewoond heeft in uw grootmoeder Lois, en in uw moeder Eunice; en ik ben verzekerd, dat het ook in u woont.