TSK

TSK · Spreuken 16:2

Treasury of Scripture Knowledge references in Stve.

Terug naar de passage

Toen was het getal dergenen, die met hun hand tot hun mond gelekt hadden, driehonderd man; maar alle overigen des volks hadden op hun knieen gebukt, om water te drinken.

Samuel nu kwam tot Saul, en Saul zeide tot hem: Gezegend zijt gij den HEERE! Ik heb des HEEREN woord bevestigd.

De overtreding des goddelozen spreekt in het binnenste van mijn hart: Er is geen vreze Gods voor zijn ogen.

Er is een weg, die iemand recht schijnt; maar het laatste van dien zijn wegen des doods.

Alle weg des mensen is recht in zijn ogen; maar de HEERE weegt de harten.

Een geslacht, dat rein in zijn ogen is, en van zijn drek niet gewassen is;

Want, al wiest gij u met salpeter, en naamt u veel zeep, zo is toch uw ongerechtigheid voor Mijn aangezicht getekend, spreekt de Heere HEERE.

TEKEL; gij zijt in weegschalen gewogen; en gij zijt te licht gevonden.

En Hij zeide ook tot sommigen, die bij zichzelven vertrouwden, dat zij rechtvaardig waren, en de anderen niets achtten, deze gelijkenis:

En schrijf aan den engel der Gemeente te Thyatire: Dit zegt de Zoon van God, Die Zijn ogen heeft als een vlam vuurs, en Zijn voeten zijn blinkend koper gelijk: