TSK

TSK · Spreuken 26:12

Treasury of Scripture Knowledge references in Stve.

Terug naar de passage

De weg des dwazen is recht in zijn ogen; maar die naar raad hoort, is wijs.

Antwoord den zot naar zijn dwaasheid, opdat hij in zijn ogen niet wijs zij.

Een rijk man is wijs in zijn ogen; maar de arme, die verstandig is, doorzoekt hem.

Hebt gij een man gezien, die haastig in zijn woorden is? Van een zot is meer verwachting dan van hem.

Wie van deze twee heeft den wil des vaders gedaan? Zij zeiden tot Hem: De eerste. Jezus zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat de tollenaars en de hoeren u voorgaan in het Koninkrijk Gods.

De Farizeer, staande, bad dit bij zichzelven: O God! ik dank U, dat ik niet ben gelijk de anderen mensen, rovers, onrechtvaardigen, overspelers; of ook gelijk deze tollenaar.

Niemand bedriege zichzelven. Zo iemand onder u dunkt, dat hij wijs is in deze wereld, die worde dwaas, opdat hij wijs moge worden.

Want gij zegt: Ik ben rijk, en verrijkt geworden, en heb geens dings gebrek; en gij weet niet, dat gij zijt ellendig, en jammerlijk, en arm, en blind, en naakt.