Wanneer er onder u een arme zal zijn, een uit uw broederen, in een uwer poorten, in uw land, dat de HEERE, uw God, u geven zal, zo zult gij uw hart niet verstijven, noch uw hand toesluiten voor uw broeder, die arm is;
TSK
TSK · Spreuken 28:27
Treasury of Scripture Knowledge references in Stve.
Psalmen 41:1
TSK
Een psalm van David, voor den opperzangmeester.
Spreuken 11:24
TSK
Er is een, die uitstrooit, denwelken nog meer toegedaan wordt; en een, die meer inhoudt dan recht is, maar het is tot gebrek.
Spreuken 11:26
TSK
Wie koren inhoudt, dien vloekt het volk; maar de zegening zal zijn over het hoofd des verkopers.
Spreuken 22:9
TSK
Die goed van oog is, die zal gezegend worden; want hij heeft van zijn brood den armen gegeven.
Jesaja 1:15
TSK
En als gijlieden uw handen uitbreidt, verberg Ik Mijn ogen voor u; ook wanneer gij het gebed vermenigvuldigt, hoor Ik niet; want uw handen zijn vol bloed.
Hebreeën 13:16
TSK
En vergeet de weldadigheid en de mededeelzaamheid niet; want aan zodanige offeranden heeft God een welbehagen.