TSK

TSK · Psalmen 22:7

Treasury of Scripture Knowledge references in Stve.

Terug naar de passage
Job 16:4 TSK

Zou ik ook, als gijlieden, spreken, indien uw ziel ware in mijner ziele plaats? Zou ik woorden tegen u samenhopen, en zou ik over u met mijn hoofd schudden?

Job 30:9 TSK

Maar nu ben ik hun een snarenspel geworden, en ik ben hun tot een klapwoord.

Maar als ik hinkte, waren zij verblijd, en verzamelden zich; zij verzamelden zich tot mij als geslagenen, en ik merkte niets; zij scheurden hun klederen, en zwegen niet stil.

Nog ben ik hun een smaad; als zij mij zien, zo schudden zij hun hoofd.

Alzo zegt de HEERE, de Verlosser van Israel, Zijn Heilige, tot de verachte ziel, tot Dien, aan Welken het volk een gruwel heeft, tot den Knecht dergenen, die heersen: Koningen zullen het zien en opstaan, ook vorsten, en zij zullen zich voor U buigen; om des HEEREN wil, Die getrouw is, om den Heilige Israels, Die U verkoren heeft.

Over wien maakt gij u lustig, over wien spert gij den mond wijd open en steekt de tong lang uit? Zijt gij niet kinderen der overtreding, een zaad der valsheid?

Wat dunkt ulieden? En zij, antwoordende, zeiden: Hij is des doods schuldig.

En die voorbijgingen, lasterden Hem, schuddende hun hoofden,

En als zij Hem bespot hadden, deden zij Hem den purperen mantel af, en deden Hem Zijn eigen klederen aan, en leidden Hem uit, om Hem te kruisigen.

En al deze dingen hoorden ook de Farizeen, die geldgierig waren, en zij beschimpten Hem.

En het volk stond en zag het aan. En ook de oversten met hen beschimpten Hem, zeggende: Anderen heeft Hij verlost, dat Hij nu Zichzelven verlosse, zo Hij is de Christus, de Uitverkorene Gods.