TSK

TSK · Psalmen 46:9

Treasury of Scripture Knowledge references in Stve.

Terug naar de passage

En de HEERE zeide tot Jozua: Vrees niet voor hun aangezichten; want morgen omtrent dezen tijd zal Ik hen altegader verslagen geven voor het aangezicht van Israel; hun paarden zult gij verlammen, en hun wagenen met vuur verbranden.

De boog der sterken is gebroken; en die struikelden, zijn met sterkte omgord.

En in Salem is Zijn hut, en Zijn woning in Sion.

Want een verdelging, die vastelijk besloten is, zal de Heere HEERE der heirscharen doen in het midden dezes gansen lands.

Er zal geen geweld meer gehoord worden in uw land, verstoring noch verbreking in uw landpale; maar uw muren zult gij Heil heten, en uw poorten Lof.

En de inwoners der steden Israels zullen uitgaan, en vuur stoken en branden van de wapenen, zo van schilden als rondassen, van bogen en van pijlen, zo van handstokken als van spiesen; en zij zullen daarvan vuur stoken zeven jaren;

En Ik zal de steden uws lands uitroeien, en Ik zal al uw vestingen afbreken.