O HEERE! waarom staat Gij van verre? waarom verbergt Gij U in tijden van benauwdheid?
TSK
TSK · Psalmen 89:46
Treasury of Scripture Knowledge references in Stve.
Het vuur verteerde hun jongelingen, en hun jonge dochters werden niet geprezen.
Breng ons weder, o God onzes heils! en doe te niet Uw toornigheid over ons.
Keer weder, HEERE! tot hoe lange? en het berouwe U over Uw knechten.
Daarom zal ik den Heere verbeiden, Die Zijn aangezicht verbergt voor het huis van Jakob, en ik zal Hem verwachten.
Besnijdt u den HEERE en doet weg de voorhuiden uwer harten, gij mannen van Juda en inwoners van Jeruzalem! opdat Mijner grimmigheid niet uitvare als een vuur, en brande, dat niemand blussen kunne, vanwege de boosheid uwer handelingen.
Gij moogt zeggen: Wij zijn beschaamd geworden, want wij hebben versmaadheid gehoord, schaamroodheid heeft ons aangezicht bedekt; omdat uitlandsen over de heiligdommen van des HEEREN huis gekomen zijn;
Met vlammend vuur wraak doende over degenen, die God niet kennen, en over degenen, die het Evangelie van onzen Heere Jezus Christus niet gehoorzaam zijn.