Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt.
TSK
TSK · Romeinen 14:3
Treasury of Scripture Knowledge references in Stve.
Want Johannes is gekomen, noch etende, noch drinkende, en zij zeggen: Hij heeft den duivel.
En Hij zeide ook tot sommigen, die bij zichzelven vertrouwden, dat zij rechtvaardig waren, en de anderen niets achtten, deze gelijkenis:
Als Petrus nog deze woorden sprak, viel de Heilige Geest op allen, die het Woord hoorden.
Maar gij, wat oordeelt gij uw broeder? Of ook gij, wat veracht gij uw broeder? Want wij zullen allen voor den rechterstoel van Christus gesteld worden.
Maar indien uw broeder om der spijze wil bedroefd wordt, zo wandelt gij niet meer naar liefde. Verderf dien niet met uw spijze, voor welken Christus gestorven is.
En zal de broeder, die zwak is, door uw kennis verloren gaan, om welken Christus gestorven is?
Dat u dan niemand oordele in spijs of in drank, of in het stuk des feest dags, of der nieuwe maan, of der sabbatten;