TSK

TSK · 2 Kronieken 20:25

مراجع Treasury of Scripture Knowledge في Stve.

العودة إلى المقطع

De kinderen Israels nu hadden gedaan naar het woord van Mozes, en hadden van de Egyptenaren geeist zilveren vaten, en gouden vaten, en klederen.

Aangaande de krijgslieden, een iegelijk had geroofd voor zichzelven.

Voorts zeide Gideon tot hen: Een begeerte zal ik van u begeren: geeft mij maar een iegelijk een voorhoofdsiersel van zijn roof; want zij hadden gouden voorhoofdsierselen gehad, dewijl zij Ismaelieten waren.

Toen zeiden zij, de een tot den ander: Wij doen niet recht; deze dag is een dag van goede boodschap, en wij zwijgen stil. Indien wij vertoeven tot den lichten morgen, zo zal ons de ongerechtigheid vinden; daarom nu, komt, laat ons gaan, en dit aan het huis des konings boodschappen.

De HEERE gaf te spreken; der boodschappers van goede tijdingen was een grote heirschaar.

Ziet, het komt en zal geschieden, spreekt de Heere HEERE; dit is de dag, van welken Ik gesproken heb.

Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars, door Hem, Die ons liefgehad heeft.