TSK

TSK · 2 Samuël 11:6

مراجع Treasury of Scripture Knowledge في Stve.

العودة إلى المقطع

Toen zeide hij: Wat pand is het, dat ik u geven zal? En zij zeide: Uw zegelring en uw snoer en uw staf, die in uw hand is; hetwelk hij haar gaf, en ging tot haar in; en zij ontving bij hem.

Job 20:12 TSK

Indien het kwaad in zijn mond zoet is, hij dat verbergt, onder zijn tong,

Want de Heere heeft gezegd: Daarom dat dit volk tot Mij nadert met zijn mond, en zij Mij met hun lippen eren, doch hun hart verre van Mij doen; en hun vreze, waarmede zij Mij vrezen, mensengeboden zijn, die hun geleerd zijn;

En hij loochende het wederom met een eed, zeggende: Ik ken den Mens niet.