Toen zeide Jozua tot Achan: Mijn zoon! Geef toch den HEERE, den God van Israel, de eer, en doe voor Hem belijdenis; en geef mij toch te kennen, wat gij gedaan hebt, verberg het voor mij niet.
TSK
TSK · Daniël 4:2
مراجع Treasury of Scripture Knowledge في Stve.
Jozua 7:19
TSK
Psalmen 51:14
TSK
Geef mij weder de vreugde Uws heils; en de vrijmoedige geest ondersteune mij.
Psalmen 66:16
TSK
Komt, hoort toe, o allen gij, die God vreest, en ik zal vertellen, wat Hij aan mijn ziel gedaan heeft.
Psalmen 92:1
TSK
Een psalm, een lied, op den sabbatdag.
Daniël 3:26
TSK
Toen naderde Nebukadnezar tot de deur van den oven des brandenden vuurs, antwoordde en sprak: Gij Sadrach, Mesach en Abed-nego, gij knechten des allerhoogsten Gods! gaat uit en komt hier! Toen gingen Sadrach, Mesach en Abed-nego uit het midden des vuurs.
Handelingen 26:9
TSK
Ik meende waarlijk bij mijzelven, dat ik tegen den Naam van Jezus van Nazareth vele wederpartijdige dingen moest doen.