TSK

TSK · Job 6:27

مراجع Treasury of Scripture Knowledge في Stve.

العودة إلى المقطع

Gij zult ook den vreemdeling geen overlast doen, noch hem onderdrukken; want gij zijt vreemdelingen geweest in Egypteland.

Job 22:9 TSK

De weduwen hebt gij ledig weggezonden, en de armen der wezen zijn verbrijzeld.

Job 24:9 TSK

Zij rukken het weesje van de borst, en dat over den arme is, nemen zij te pand.

Job 31:17 TSK

En mijn bete alleen gegeten heb, zodat de wees daarvan niet gegeten heeft;

Ziet, hij is in arbeid van ongerechtigheid, en is zwanger van moeite, hij zal leugen baren.

Doet recht den arme en den wees; rechtvaardigt den verdrukte en den arme.

Zal dan kwaad voor goed vergolden worden? want zij hebben mijn ziel een kuil gegraven; gedenk, dat ik voor Uw aangezicht gestaan heb, om goed voor hen te spreken, om Uw grimmigheid van hen af te wenden.

Vader en moeder hebben zij in u licht geacht; met den vreemdeling hebben zij in het midden van u door verdrukking gehandeld; zij hebben in u den wees en de weduwe verdrukt.

Nog is zij gevankelijk gegaan in de gevangenis; ook zijn haar kinderen op het hoofd van alle straten verpletterd geworden; en over haar geeerden hebben zij het lot geworpen, en al haar groten zijn in boeien gebonden geworden.

De zuivere en onbevlekte godsdienst voor God en den Vader is deze: wezen en weduwen bezoeken in hun verdrukking, en zichzelven onbesmet bewaren van de wereld.