Maar de Farizeen zeiden: Hij werpt de duivelen uit door den overste der duivelen.
TSK
TSK · Markus 3:22
مراجع Treasury of Scripture Knowledge في Stve.
Mattheüs 9:34
TSK
Mattheüs 11:18
TSK
Want Johannes is gekomen, noch etende, noch drinkende, en zij zeggen: Hij heeft den duivel.
Mattheüs 15:1
TSK
Toen kwamen tot Jezus enige Schriftgeleerden en Farizeen, die van Jeruzalem waren, zeggende:
Lukas 5:17
TSK
En het geschiedde in een dier dagen, dat Hij leerde, en er zaten Farizeen en leraars der wet, die van alle vlekken van Galilea, en Judea, en Jeruzalem gekomen waren; en de kracht des Heeren was er om hen te genezen.
Johannes 7:20
TSK
De schare antwoordde en zeide: Gij hebt den duivel; wie zoekt U te doden?
Johannes 8:52
TSK
De Joden dan zeiden tot Hem: Nu bekennen wij, dat Gij den duivel hebt. Abraham is gestorven, en de profeten; en zegt Gij: Zo iemand Mijn woord bewaard zal hebben, die zal den dood niet smaken in der eeuwigheid?