TSK

TSK · Mattheüs 7:23

مراجع Treasury of Scripture Knowledge في Stve.

العودة إلى المقطع

Want Gij zijt geen God, Die lust heeft aan goddeloosheid; de boze zal bij U niet verkeren.

En hij, antwoordende, zeide: Voorwaar zeg ik u: Ik ken u niet.

Namelijk nadat de Heer des huizes zal opgestaan zijn, en de deur zal gesloten hebben, en gij zult beginnen buiten te staan, en aan de deur te kloppen, zeggende: Heere, Heere, doe ons open! en Hij zal antwoorden en tot u zeggen: Ik ken u niet, van waar gij zijt.

Ik ben de goede Herder; en Ik ken de Mijnen, en worde van de Mijnen gekend.

Evenwel het vaste fondament Gods staat, hebbende dit zegel: De Heere kent degenen, die de Zijnen zijn; en: Een iegelijk, die den Naam van Christus noemt, sta af van ongerechtigheid.